Lachen bladluis, niet zaniken maar lachen – Fritzy ten Harmsen van der Beek

Lachen bladluis, niet zaniken maar lachen - Fritzy ten Harmsen van der Beek

‘Lachen bladluis, niet zaniken maar lachen, in een wig van wanhoop’ – is een zin uit een gedicht van  dichteres Fritzy ten Harmsen van der Beek – en tegelijk haar sentiment

Van Antjie Krog uit Zuid Afrika tot en met Jules Deelder uit Rotterdam: 50 jaar Poetry International staat op het punt los te barsten (zie link onder). En net nu dringt er bij mij het besef door hoe dat werkt: creativiteit met taal. Dichters begrijpen dat. Hoe taal zèlf de macht overneemt en haar kracht en schoonheid onthult op de meest onverwachte momenten. Voorbijgaand aan alle conventies en voorbedachte rade.

Dus ter vertroosting van mijn (eigen) geliefden:

Dat verklaart hoe groot mijn plezier altijd is wanneer zij zich meldt, de taal, met de kop om de hoek van de deur: in een kleine verspreking van iemand, of in een verkeerd gelezen krantenkop, ik schiet dan altijd in de lach, niet uit leedvermaak over een zogenaamde fout, maar om de bulderende opluchting dat ze er weer is: de verrassing en de inspiratie die tot onverwachte vergezichten leidt.

Inzichten zelfs, en niet de minste. Plotseling verlost van wat ‘verwacht’ kon worden, of van ‘hoe het nu eenmaal gaat’, schakelt alles om naar werelden die ongekend zijn. En avonturen dienen zich aan. 

Een orkest met slachtwerk in plaats van slagwerk, bijvoorbeeld. (Zo’n simpele verspreking. Die mij via schier onbenoembaar associaties van over een prikkeldraadhek vluchtende koeien laat zien, en mij langs een concertgebouwrepetitie met een wanhopig klassiek orkest tot en met The Who leidt, de band, die aan het eind van een optreden altijd met grote inzet z’n eigen instrumenten in elkaar sloeg. En dat beleef ik dan allemaal, in flitsend voortrazende seconden – het is een geschenk. Een lastig geschenk, maar prachtig.) 

Ongekend

En precies dát deed zij ook altijd, Fritzy. Aanleg, talent en drank lieten de deur bij haar op een ruime kier staan, en de ene na de andere prachtzin huppelde daar doorheen. Gewoon zo maar onze wereld in. Flamboyante gastvrouw als zij was, complex middelpunt van een sterk wisselende troep kunstenaars van allerlei slag (in Huize Jagtlust in Blaricum in de jaren ’50 en ’60 van de vorige eeuw), ventileerde zij in haar gedichten, werkstukken en liefdes haar inzichten in de wederwaardigheden van het menselijk bestaan. En de emoties daarvan. 

Intense versierselen langs de zijlijn van het leven – of meer?

Hoe excentriek, humoristisch en joviaal het ook allemaal overkomt, haar fijnzinnige, onverwachte en soms burleske haakse hoeken in al haar diverse soorten werkstukken – in beeld èn taal: haar overgevoelige en serieuze kant schemert altijd overal doorheen. Voor een geliefde die beter op kon houden met roken (Peter Vos, zie onder) beschilderde zij de sigaretten zo mooi, mèt zijn lievelingsonderwerp (vogels), dat de boodschap van bezorgdheid haast verbloemd zou raken.

Voor de poes

Haar medeleven met de kat die haar nest jongen verloor leidde tot een gedicht (Goedemorgen? Hemelse Mevrouw Ping),  en ook het verscheiden van haar ouders gaf diepe overpeinzingen over de dood en wat daar allemaal uit voort zou kunnen komen. Zoals in Krasse taal van gene zijde, waarin zij haar overleden vader laat verlangen ‘naar warm groezelig vel over kwetsbaar, overvloedig bekleed gebeente -‘ ‘ in zijn onherbergzaamheid ‘. 

Beestjes

Ragfijne concentratie op het allerkleinste en allergewoonste – meestal vermorzeld onder onze grote platte schoenen, voor eeuwig ongezien en ongehoord – maar door Fritzy als lijdend of verbijsterd beschreven. Als bevangen met dezelfde alle zinnen begoochelende schrik die het leven op aarde ons aanjaagt. Wat zij doorzag. En eigenlijk is daar niks griezeligs aan.

Niets anders dan héél kleine, maar bijzonder belangwekkende beestjes, tussen boomvorken of kiezelstenen: dat zijn de dragers van Fritzy’s gemoed.

En tevens – een definitief bewijs dat totale onlogica een bijzonder groot nut heeft:

je kunt het ondergaan. En dat is weer eens iets heel anders. Niet denken, bladluis, maar lachen…

 

Hierbij: Fritzy, getekend door Peter Vos, haar verloofde na het huwelijk met Remco Campert – die van de weeromstuitert in Jagtlust niet meer aan schrijven toe dreigde te komen. En die weer werd ingeruild voor een nieuwe verloofde enzovoort.  

Meer: Lees hier Geachte Muizenpoot en achttien andere gedichten Of beluister Fritzy hier zelf: Geachte Muizenpoot. 

Lees hier verder over Peter Vos, de tekenaar die – uiteindelijk tot zijn verdriet – een van de ‘verloofdes’ van Fritzy heeft mogen zijn.

Festival Poetry International 13/16 juni 2019 in de Doelen in Rotterdam, meer info hier.  (Het verzamelde literaire werk van Fritzy: In goed en kwaad (’12), en in ’15 Stoeten Ritseldingen over haar overige werk. Nog twee boeken over Fritzy zelf en over Jagtlust: Villa Jagtlust – Annejet v der Zijl ‘98 en Hemelse mevrouw Frederike – Maaike Meijer 2018.)

Share

4 Comments

  • Fijn stuk. Fijn stuk. Fijn stuk.
    Dat zijn al wat aanzetten tot associatie (en verhalen). Dank, omdat ik even weer in een wereld verkeer die me dierbaar is. Fijn stuk!

    Reply
    • Ha, bedankt voor het enthousiasme, Maarten! En voor de talloze associatiemogelijkheden die jouw woorden weer oproepen 😉

      Reply

Leave a Comment

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Scroll to Top