Jouw koud is mijn warm - de troef van Anton HeyboerJouw koud is mijn warm – de troefkaart van Anton Heyboer

 

Jouw koud is mijn warm – de troefkaart van Anton Heyboer Dit is het laatste weekend dat de expositie met het werk van Anton Heyboer bezocht kan worden in het Gemeentemuseum Den Haag. Je kunt nog vlug. Wat maakt zijn werk, en zijn teksten, zo intrigerend? De oplossing zit ‘m in een pakje kaarten. Leg voor je op tafel eens enkele van de kaarten met de afbeeldingen. Vier vrouwen en een heer bijvoorbeeld. Als je net zulke kaarten hebt als hier tenminste, waarbij de ene helft van de figuur je bijna aankijkt en de andere helft op z’n kop staat. Daar zit ‘m nou net de clou.

Of je nou aan het klaverjassen bent of patience speelt

Wij leven ons leven gewoonlijk reagerend op de anderen om ons heen, we leven met wat we helder (menen te) onderscheiden. Drukdrukdruk. Met jezelf en met elkaar. Geen bos te zien, veel teveel bomen. Heel die kant van de speelkaart die op z’n kop staat zien we niet. Ja… er ‘is’ wel iets, ‘ergens’, dat besef hebben we nog wel. Iets groots of iets engs misschien. Maar zoals je bij zulke speelkaarten je blik automatisch richt op het koppie aan de bovenkant, zo zie je ook in onze werkelijkheid weinig van die net zo aanwezige diepe laag er onder.  

Andersom

Anton Heyboer was iemand, die alleen maar vanuit die ondersteboven-laag leefde. Dat was zijn wereld. En hij reageerde ook op, en leefde met die voor henzelf ‘onzichtbare’ laag – in de mensen die hij ontmoette. Daarom was hij zo indringend, en daarom was een ontmoeting met een ander zo enerverend voor hem. De rest, dat voor ons zo voor de hand-liggende, zichtbare deel, dat deed er niet toe vond hij. Hij leefde andersom. Dat is precies waardoor je in zijn werk iets van je eigen ‘omgekeerde’ wereld kunt herkennen.

Jouw koud is mijn warm…

… en jouw warm is mijn koud. Dat is de conclusie in de pracht-documentaire In kleur bij god thuis van de VPRO uit 1974 (Zie link onderaan). In het donker prutsend bij een vuurtje probeert Anton Heyboer iets duidelijk te maken van hoeveel last hij heeft van de ‘menselijke’  neiging tot comfort, de zucht naar veiligheid en geruststelling, waarmee de mens zichzelf in slaap sust. Het is diametraal tegenovergesteld: als jij en ik het prettig, warm en gezellig hebben, dan voelt hij alleen maar de kou van wezen-loosheid. En hij, veilig thuis in het ‘zijn’, of het wezen (zie onderaan), schokt ons door de rauwheid van zijn leven. Wij zien dat als kou. Wie er gelijk heeft?

Je bent niet goed wijs…

… als je jezelf slaat met  een steen en dan gaat staan kijken naar het bloed dat er uit je stroomt. Zulke etsen hangen er ook op de expositie: Man ziet naar zijn bloed. En Stone and blood. Maar met je ziel (de steen) je mens-zijn (de man) relativeren (verwonden), zodat je je wezenlijke potentie (het roodgekleurde levensbloed dat vrij kan stromen) de kans geeft, dat is weer een heel ander ding. 

Troefkaart

Wij, mensen, zijn niet snuggerder en noemen dat lijden. Maar Anton Heyboer ervoer het als de verlossing. Hij had de troefkaart. En een masochist was ie niet. Dom evenmin. Hij vond dat wij degenen waren die maar zaten te suffen.

Missen wij iets?

 

 

Meer: In kleur bij God thuis, kijk zo rond minuut 7.40. Over het ‘wezen’, punt 1 in het systeem van Anton Heyboer. Meer over Anton Heyboer op deze site.

Voor Jaap en El Hettinga, de grootste (kaart-)spelers die ik ken.

 

 

 

  

Share